Nieuw: gratis juridisch inloopspreekuur

Per 1 mei 2016 kunt u ook gebruik maken van mijn gratis inloopspreekuur, elke vrijdag van 16.00 tot 17.00 uur.

Het inloopspreekuur is gratis voor particulieren en ondernemers.

Hiervoor gelden wel de volgende spelregels:
– U heeft maximaal een half uur om uw probleem uit te leggen en hierover advies te krijgen;
– Het spreekuur is uitsluitend bedoeld voor (kennismaking met) potentiële cliënten (als u vaste klant bent of al een keer gebruik heeft gemaakt van het spreekuur is het in principe niet de bedoeling dat u opnieuw gebruik maakt van het spreekuur maar dient u hiervoor een vervolgafspraak te maken);
– De advocaat beziet of in het gesprek uw vraag direct beantwoord kan worden;
– Wanneer er geen directe beantwoording van uw vragen mogelijk is kan een verwijzing plaats vinden of een vervolgafspraak gemaakt worden buiten het inloopspreekuur om;
– Bij het maken van een vervolgafspraak zal de advocaat de financiële kant daarvan met u bespreken;
– Er kunnen pas rechten worden ontleend aan de adviezen als er een overeenkomst van opdracht is gesloten.
Voor het gratis inloopspreekuur dient U zich van tevoren aan te melden via onderstaand mailadres:
[email protected]

Tweede Kamer kritisch over voorstellen Onteigening

Op 20 april jl. heeft een hoorzitting/rondetafelgesprek plaatsgevonden tussen kamerleden, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties (o.a. IPO en VNG) en deskundigen op het gebied van het onteigeningsrecht.

Besproken zijn de voorstellen om in het kader van de Omgevingswet te komen tot een nieuwe regeling voor onteigening in de Aanvullingswet Grondeigendom.

Met betrekking tot onteigening hebben deze voorstellen een rigoureuze wijziging van het huidige stelsel tot gevolg. Tijdens deze bijeenkomst kwam naar voren dat deze voorstellen in de huidige vorm op veel kritiek stuiten.

In de huidige situatie besluit de Kroon tot onteigening op basis van een verzoek van het bestuursorgaan. De burgerlijke rechter besluit over de eigendomsontneming.

In het nieuwe, voorgestelde stelsel, is er sprake van een procedurele scheiding tussen onteigening en schadeloosstelling. De onteigeningsbeschikking wordt genomen via de bestuursrechtelijke kolom: door het bestuursorgaan. De gemeenteraad, het dagelijks bestuur van het waterschap, Provinciale Staten en de ministers krijgen de bevoegdheid om tot onteigening te besluiten. Op de voorbereiding van de onteigeningsbeschikking is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing (afdeling 3.4 Awb). Tegen het onteigeningsbesluit kan  beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het kan dus zo zijn, dat een eigenaar onteigend wordt door het ongebruikt laten verstrijken van een termijn waarbinnen hij op grond van afdeling 3.4 van de Awb zijn rechtsmiddelen tegen het (voorgenomen) besluit kan aanwenden.

Door de onteigening verkrijgt de onteigenaar de eigendom over de onroerende zaken die bij de onteigeningsbeschikking  zijn aangewezen. Voorwaarde daarbij is, dat voorafgaand aan de onteigening onherroepelijk is beslist over het algemeen belang, de noodzaak en de urgentie van de onteigening. Dit plan, besluit of vergunning moet onherroepelijk zijn geworden voordat de onteigeningsakte kan worden opgemaakt. De eigendomsontneming heeft plaats door inschrijving van een onteigeningsakte in de openbare registers. Op verzoek van de onteigenaar wordt de akte opgemaakt door een notaris. Inschrijving van het onherroepelijke onteigeningsbesluit leidt tot onteigening, zonder tussenkomst van de civiele rechter. Tegen het besluit kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

In theorie zou het straks dus kunnen zijn, dat een eigenaar of een derde-belanghebbende die niet binnen de gestelde termijnen reageert (bijvoorbeeld  vanwege langere afwezigheid in het buitenland, wanneer men niet meer in Nederland woont, geen bekende woon-of verblijfplaats heeft of overleden is), simpelweg kan worden onteigend zonder dat hiertegen actie kan worden ondernomen. De onteigening kan daardoor een feit zijn wanneer men bijvoorbeeld langere tijd afwezig is. Dit kan niet bedoeling zijn.

In het voorstel is opgenomen, dat alleen in de schadeloosstellingsprocedure een rol voor de civiele rechter is weggelegd. De schadeloosstellingsprocedure begint met een verzoek van de onteigenaar aan de rechtbank om de hoogte van de schadeloosstelling te bepalen. Dit verzoek kan worden gedaan op het moment waarop in de onteigeningsprocedure de onteigeningsbeschikking is vastgesteld.

Suggesties die zijn gedaan om de procedure zorgvuldiger te maken zijn o.a. de  wijze van verzending van het (ontwerp-)besluit naar de eigenaar/rechthebbende, het borgen van voldoende pogingen tot minnelijke verwerving, de rol en de samenstelling van de adviescommissie, een grotere rol van de civiele rechter, het oproepen van de onteigende bij exploot in een bij de rechtbank aanhangig te maken procedure en het overleggen van het onteigeningsbesluit, het bewijs van publicatie van terinzagelegging daarvan en van het laatste aanbod bij de procesinleiding. Onteigening via de rechter zou, net als in het huidige systeem, de basis moeten blijven.

Het is dus zeker interessant om deze ontwikkelingen in het kader van de Omgevingswet te volgen.

 

 

 

 

Wet natuurbescherming en PAS

Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming (die waarschijnlijk in werking zal treden op 1 januari 2017) zal de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet vervangen.
Nieuw in deze wet zijn o.a. de nationale en de provinciale natuurvisie en een algemene programmatische aanpak, o.a. de programmatische aanpak van stikstof (PAS).
Verder komt er een koppeling met de Wabo en is er bij vergunningen sprake van 1 bevoegd gezag. In principe is dat Gedeputeerde Staten van de provincie waar het project/de handeling in hoofdzaak wordt gerealiseerd.
Voor gebiedsbescherming komen er a. aanwijzing van gebieden in Natuurnetwerk Nederland, b. facultatief ook voor “bijzondere provinciale natuurgebieden” en “bijzondere provinciale landschappen” en c. beschermingsregels in een provinciale verordening.
Voor soortenbescherming komen er drie regimes voor beschermde soorten. Er kan worden gewerkt met een goedgekeurde gedragscode. De bevoegdheidsverdeling voor soortenbescherming wordt straks als volgt:
a. De provincies krijgen de meeste bevoegdheden en taken;
b. Het Rijk blijft verantwoordelijk in bepaalde gevallen, o.a. waar regie op nationaal niveau onmisbaar is of waar er sprake is van nationale of internationale verantwoordelijkheden;
c. Gemeenten krijgen een loketfunctie en handhavingstaken bij de omgevingsvergunning waar een natuurtoets verplicht is.

Jurisprudentie
In recente jurisprudentie zijn de actuele ontwikkelingen met betrekking tot het natuurbeschermingsrecht al merkbaar.
Zo heeft de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 6 november 2015 (201507651/1/R2) geoordeeld, dat een meldingsbevestiging bij een project/andere handeling onder grenswaarde niet op rechtsgevolg is gericht. Het ging in deze zaak om een kwestie in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 24 februari 2016 (201501425/1/R6) geoordeeld, dat bij een passende beoordeling in het kader van een bestemmingsplan/inpassingsplan rekening moet worden gehouden met de effecten van de stikstofdepositie op reeds voorgenomen maatregelen van het Natura 2000-beheerplan en de PAS.
Er zullen vast nog meer interessante uitspraken volgen!

Jeugdwet

Het is inmiddels meer dan een jaar geleden dat de nieuwe Jeugdwet in werking is getreden. Tijd voor een korte terugblik. De bedoeling van deze wet is o.a. meer preventie en het uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van jeugdigen en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk en het bieden van integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt: 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur.
Dit alles met als achtergrond meer participatie (via zelfredzaamheid van de burger en diens netwerken) en meer efficiency. De gemeenten hebben wettelijk de verantwoordelijkheid gekregen om jeugdhulp herkenbaar en laagdrempelig te organiseren.
Dit is neergelegd in artikel 2.5 van de Jeugdwet. Het betreft onder meer:
1. De organisatie van herkenbare en laagdrempelige toegang tot jeughulp;
2. Waarborgen dat passende hulp tijdig wordt ingezet en dat de juiste expertise beschikbaar is.
Heeft het nieuwe systeem gebracht wat men er van heeft verwacht?
Uitgangspunt van de nieuwe werkwijze op basis van de Jeugdwet is het zoveel mogelijk samen werken aan een oplossing via de “keukentafel”. In eerste instantie dient de burger met zijn hulpvraag naar bijvoorbeeld wijkteams, het WMO loket van de gemeente of de huisarts toe te gaan. Pas wanneer men er op die manier niet uit komt, biedt de gemeente ondersteuning. De gemeente bepaalt dan middels een zgn. verleningsbesluit hoe de toegang tot jeugdhulp wordt ingericht en wie bepaalt welke jeugdhulp nodig is. Pas tegen het verleningsbesluit kan bezwaar en beroep worden ingesteld.
De praktijk is dat er totnutoe nog niet veel rechtszaken zijn geweest over de nieuwe Jeugdwet. Een aantal gerechtelijke uitspraken had betrekking op het al dan niet mandaat kunnen verlenen voor het nemen van een verleningsbesluit (Rb Gelderland 16-2-2015, RBGEL:2015:1159 en Rb Noord-Holland 30-6-2015, RBNHO:2015:5904, Rb Limburg 10-4-2015:HR:2014:2665).
De Rechtbank Gelderland heeft op 17 februari 2015 geoordeeld dat het is toegestaan een bijstandsuitkering afhankelijk te maken van het al dan niet accepteren van een gezinsmanager. Dit vraagt wel om een goed onderzoek en motivering, want het is een inbreuk op de beschermde eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, art. 8 EVRM (Rb Gelderland 17-2-2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:934).
Onrechtmatige daad
Jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen dienen op grond van artikel 4.1.1 van de Jeugdwet verantwoorde hulp te verlenen en zich op een zodanige wijze te organiseren, dat dit moet leiden tot verantwoorde hulp. Wanneer dit artikel wordt overtreden kan dit leiden tot civielrechtelijke aansprakelijkheid voor de betreffende aanbieder of instelling, mits die aanbieder of instelling verwijtbaar tekort is geschoten.In dat geval kan de jeugdige of de ouder een vordering op grond van onrechtmatige daad indienen bij de civiele rechter.
HEEFT U PROBLEMEN BIJ HET AANVRAGEN VAN JEUGDZORG EN WILT U DAAROVER GRAAG JURIDISCH ADVIES? NEEM DAN VRIJBLIJVEND CONTACT OP.

Raad van State kent schadevergoeding toe op basis van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 3 februari 2016 een interessante uitspraak gedaan waarin schadevergoeding is toegekend op basis van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten.

Het ging in deze zaak om het volgende. In het kader van de aanvraag voor een bouwvergunning en een revisievergunning voor het oprichten van een vleesvarkensstal werd door de gemeente later , in verband met een door de Stichting Brabantse Milieufederatie ingediende zienswijze, alsnog een verplichting tot het maken van een milieueffectrapportage opgelegd. Het door de Stichting Brabantse Milieufederatie ingestelde beroep werd echter door de Raad van State ongegrond verklaard, ten gevolge waarvan het besluit van de gemeente, inhoudende  de verplichting tot het maken van een milieueffectrapportage , onrechtmatig is geweest.

Door de aanvrager van de vergunning is vervolgens aan de gemeente verzocht om schadevergoeding wegens vertraging bij de verlening van de revisievergunning. Dit verzoek is door de gemeente afgewezen. De Raad van State verklaart het hiertegen ingestelde beroep echter gegrond, en bepaalt dat de gemeente een schadevergoeding dient te betalen.

 

Stand van zaken met betrekking tot de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten

Sinds 1 juli 2013 is in de Algemene wet bestuursrecht een verzoekschriftprocedure opgenomen voor het indienen van schadevergoeding wegens onrechtmatige besluiten. Wanneer er sprake is van een onrechtmatig appellabel besluit of een daaraan gelijkgestelde handeling kan de (bestuurs)rechter worden benaderd voor vergoeding van de schade die daardoor is veroorzaakt.
Wanneer er sprake is van de vernietiging van het schadeveroorzakende besluit is er in principe sprake van een onrechtmatige (overheids)daad. Ook in bepaalde andere gevallen, zoals o.a. bij erkenning door het bestuursorgaan van de onrechtmatigheid van het besluit of herroeping van het primaire besluit omdat het bestuursorgaan dat onrechtmatig achtte, is er sprake van een onrechtmatig besluit.
Wanneer er sprake is van formele rechtskracht (bijvoorbeeld omdat geen dan wel niet tijdig beroep is ingesteld tegen het besluit, dan moet het besluit voor rechtmatig worden gehouden. Het is dus zaak om altijd en tijdig beroep in te stellen. Anders kan er geen schadeclaim meer worden ingediend.
In de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten zijn ook bepalingen opgenomen over nadeelcompensatie. Hiervan kan sprake zijn wanneer schade wordt geleden ten gevolge van een op zich rechtmatig besluit (bijvoorbeeld wegwerkzaamheden). Helaas is dit gedeelte van de wet nog steeds niet in werking getreden: het wachten is op een invoeringswet waarmee noodzakelijke aanpassingen aan andere wetgeving wordt doorgevoerd. Hiervan zal naar verwachting pas sprake zijn in 2018.
Dan zal ook de Omgevingswet naar alle waarschijnlijkheid in werking treden. De in deze wet op te nemen wetten (o.a. de Wet ruimtelijke ordening) bevatten ook veel bepalingen over nadeelcompensatie. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om planschade. Het is de vraag in hoeverre de komende jaren de nadeelcompensatiebepalingen in de Omgevingswet zullen worden opgenomen of dat zij kunnen worden geschrapt bij de invoering van de Wet nadeelcompensatie. Een interessante ontwikkeling waaraan in dit blog regelmatig aandacht zal worden besteed!

Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming is op 15 december 2015 door de Eerste Kamer aangenomen en zal waarschijnlijk op 1 januari 2017 in werking treden.
Deze nieuwe wet vervangt het huidige stelsel voor de natuurbescherming, zoals neergelegd in de Natuurbeschermingswet, de Flora- en Faunawet en de Boswet.

Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. De normen en maatregelen die in de nieuwe wet zijn voorzien strekken tot bescherming van de kernnatuurwaarden en de houtopstanden. Zij maken deel uit van een groter maatregelenpakket gericht op de bescherming van natuurwaarden en het tegengaan van biodiversiteitsverlies. De taken en verantwoordelijkheden worden zoveel mogelijk bij de provincies neergelegd.
Provincies, het ministerie van Economische Zaken en de koepels voor agrarisch natuurbeheer hebben inmiddels een nieuw stelsel agrarisch natuur- en landschapsbeheer vastgesteld. De provincies stellen, in samenspraak met gebiedspartijen, natuurbeheerplannen vast waarin de beleidsdoelen en de subsidiemogelijkheden voor de ontwikkeling en het beheer van natuurgebieden neergelegd zijn.

Welke rechter is bevoegd?

In de nieuwe Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten is de bevoegdheidsverdeling tussen de bestuursrechter en de burgerlijke rechter duidelijker geregeld. Schadeverzoeken die op het terrein van de belastingrechter en de Centrale Raad van Beroep liggen behoren voortaan tot de exclusieve bevoegdheid van de bestuursrechter, maar voor vergoeding van schade tot een bedrag van maximaal € 25.000,– kan worden gekozen tussen a. de verzoekschriftprocedure bij de bestuursrechter of b. het aanhangig maken van een civiele procedure. Voor vorderingen boven € 25.000,– is alleen de burgerlijke rechter bevoegd.

Verzoekschriftprocedure

In de wet is een verzoekschriftprocedure bij de bestuursrechter opgenomen voor het verkrijgen van schadevergoeding bij onrechtmatig bestuurshandelen.

Dit betekent dat belanghebbenden rechtstreeks een verzoek tot schadevergoeding kunnen indienen bij de bestuursrechter. De rechter kan vervolgens een beslissing nemen over de schadevergoeding. Deze procedure is nieuw. Tot 1 juli 2013 besliste het bestuursorgaan nog zelf over een verzoek tot schadevergoeding.

Belangrijk is ook dat de verjaringstermijn voor het indienen van een schadeclaim vijf jaar is. De verjaringstermijn vangt aan op de dag na die waarop a. de vernietiging van het schadeveroorzakende besluit onherroepelijk is geworden, of  b. het bestuursorgaan de onrechtmatigheid van het besluit heeft erkend.

Verdere gevolgen van deze wet per 1 juli 2013

Artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht vervalt per 1 juli 2013. Dit betreft de mogelijkheid voor de bestuursrechter om bij gegrondverklaring van het beroep de bestuursrechter te verzoeken om het bestuursorgaan te veroordelen tot schadevergoeding. Dat kan dus nu niet meer.

Schadevergoeding bij (on)rechtmatige overheidsdaad

Op 29 januari 2013 heeft de Eerste Kamer de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten aangenomen. Op 1 juli 2013 is deze wet gedeeltelijk in werking getreden: voorlopig geldt deze wet alleen met betrekking tot schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten.

Wat betekent deze nieuwe wet voor u wanneer u schade heeft geleden ten gevolge van (on)rechtmatig overheidshandelen?

Na 1 juli 2013 is het eenvoudiger geworden om schadevergoeding te claimen van de overheid wanneer er sprake is van onrechtmatige besluiten. Wanneer er sprake is van schade die wordt geleden als gevolg van

a. een onrechtmatig besluit,
b. een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit
c. het niet tijdig nemen van een besluit of
d. een andere onrechtmatige handeling van een bestuursorgaan,

kan door een belanghebbende een verzoek tot schadevergoeding worden ingediend bij de (bestuurs)rechter.

Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van onrechtmatigheid wanneer schade wordt geleden door
de vernietiging van een eerder genomen overheidsbesluit. Vernietiging van een besluit betekent op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State per definitie dat er sprake is van onrechtmatigheid. Of inderdaad de verplichting bestaat tot de betaling van schadevergoeding hangt er vanaf of ook wordt voldaan aan de andere eisen voor onrechtmatigheid, zoals  schuld/verwijtbaarheid, schade en causaal verband tussen de geleden schade en het betreffende onrechtmatige besluit.

Het aanvragen van schadevergoeding of nadeelcompensatie

U kunt op verschillende manieren schadevergoeding of nadeelcompensatie aanvragen.

Voor het aanvragen van nadeelcompensatie, kunt u bij de meeste overheden en instanties gebruikmaken van een speciaal aanvraagformulier. Die vindt u meestal op hun website. Is dat niet het geval, dan kunt u uw aanvraag op een andere manier indienen, bijvoorbeeld via een brief.

Als u schade lijdt ten gevolge van een onrechtmatige daad van een overheid, dan moet uw verzoek tot schadevergoeding altijd schriftelijk worden ingediend. Hiervoor zijn meestal geen aparte aanvraagformulieren beschikbaar.
Als blijkt dat u recht hebt op schadevergoeding, dan worden de kosten van de door u ingeschakelde deskundigen (advocaat, accountant etc.) in principe vergoed. Hiervoor geldt de zogenaamde dubbele redelijkheidstoets:

  • is het redelijk dat u deze deskundigen heeft ingeschakeld en
  • is de hoogte van de door hen in rekening gebrachte kosten redelijk.

U zult ook moeten aantonen hoeveel schade u hebt geleden. Daarvoor kunt u eventueel een accountant of andere deskundige inschakelen.

Het is overigens in alle gevallen raadzaam om juridisch advies in te winnen bij een deskundige. MS Advocatuur & Mediation is u graag van dienst.